Aart van der Leeuw Genootschap

informatie over de prozaschrijver en dichter Aart van der Leeuw
(1876-1931)
home biografie bibliografie tijdlijn secundair nieuws contact



Werken van Aart van der Leeuw

Sint Veit (1908)
Liederen en balladen (1911)
Kinderland (1914)
Herscheppingen (1916)
Sint-Veit en andere vertellingen (1919)
De mythe van een jeugd (1921)
Opvluchten (1922)
De gezegenden (1923)
Vluchtige begroetingen (1925)
De zwerftochten van Odysseus (1926)
Het aardsche paradijs (1927)
Ik en mijn speelman (1927)
Ik en mijn speelman. Een luchthartige geschiedenis (1929)
De kleine Rudolf (1930)
De opdracht (1930)
Die van hun leven vertelden (1934)
De reismakkers (z.j. [1923])
Verzamelde gedichten (1950)
De briefwisseling tussen P.N. van Eyck en Aart van der Leeuw,
bezorgd door Piet Delen (1973)

Uitgebreide bibliografische informatie op de website van Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: dbnl


 




 


   

 
Sint Veit - 1ste druk - 1919
Nederlandsche Bibliotheek
Sint-Veit - 1919
(klik op de foto om te vergroten)
 
 
 druk uit 1931
Geïllustreerd door Henri van Straten
   



llustraties uit Sint Veit
van Henri van Straten

 
1ste druk - 1930
bandontwerp van Leo Gestel
25e druk -
Nijgh & van Ditma
r
De Kleine Rudolf  wordt in de handel gebracht als e-book door de Samenwerkende Uitgevers VOF
ISBN: 9789086410415
Prijs € 7,50
     
De Opdracht - 1930 openingspagina van
De Opdracht
 
(klik op de afbeelding om te vergroten)
druk uit 1954 6e druk - 1966
omslag: Addie Horn
7e druk - 1974
omslag: Mance Post
   
druk uit 1983
afbeelding omslag: Augustus John (1878-1969)
   
2e druk, 1933
uitgeverij C.A. Mees, Santpoort
14e druk, 1962
Nijgh & van Ditmar
1ste druk, 1926
(uitgave in de reeks De Elfenrij -
Bibliotheek voor sage en sprook)
J.M. Meulenhoff, Amsterdam
 
     
3e druk - 1950
Nijgh & van Ditmar
5e druk - 1981, N. & v. D.
omslagillustratie:
J.I. van Ruisdael, Schemering
 
7e druk - 1933
Nijgh & van Ditmar, Rotterdam
Bandontwerp J. Briedé

21e druk - 1951
N. & v.D.
34e druk - 1982, N. & v. D
omslagillustratie:
A. Cuyp, Landschap bij schaars licht
 
8e druk, N. & v. D., 1936
tekeningen van Kees van Urk

 
BulkBoek - 1983
31e druk, N. & v D.
omslagillustratie Walter Nikkels
1ste druk Prisma - 1984
Orpheus - literair tijdschrift
januari 1924
(klik om te vergroten)
Orpheus
juni 1924 (laatste nummer)
(klik om te vergroten)
Orpheus
juni 1924 
(klik om te vergroten)
     
Vertaling van Gaspard de la Nuit - 1982
de Prom, Baarn 
Achterkant Kasper van der Nacht 
(klik om te vergroten)
Afbeelding uit Kasper van der Nacht
van Jacques Callot
(klik om te vergroten)
   
1929, Em. Querido, Amsterdam
Link naar de tekst van
Aart van der Leeuw (pdf-bestand)
   









De dieren

De landman gaat, nu de avond is gevallen,
En de arbeid slaapt, voor 't laatst zijn hoeve rond;
Hij keurt het werk der knechts in schuur en stallen,
En als zijn schaduw volgt hem trouw de hond.

Hij toeft bij 't vee, en luister hoe het ademt;
Rond schoft en horen hangt een warme damp,
Die met een geur van zomer hem bewademt,
En in een nimbus nevelt om de lamp.

Dan loopt hij tastend langs de ruif der paarden,
Verwelkomd door een dreunend hoefgeklop;
Hij spreekt hen aan, en streelt een ruig behaarden,
Een speelsch hem toegestoken manenkop.

En als hij eindlijk, rustig na 't volbrachte,
De handen boven 't vlammend houtvuur heft,
Vervult hem nog de ontroerende gedachte
Aan wat rondom hem leeft en niet beseft.

Hij peinst, en leest in 't boek met koopren sloten
Het hoofdstuk uit, dat Noachs tocht beschrijft,
Hoe de arke met haar simple reisgenooten
Lang op den oeverlozen zondvloed drijft.

Gansch in het wonderbaar verhaal verloren,
Terwijl hij mijmrend in den haardgloed staart,
Lijkt het hem of, door God daartoe verkoren,
Hij met zijn dieren over 't water vaart.


handschrift Aart van der Leeuw (1919)
 
HEIMWEE

O paradijs, o boomen, .
Begeerlijk voor 't gezicht,
Kringloop van heilge stroomen,
Dag van ondoofbaar licht,

Niet slechts in 't Boek der Smarte
Van 't oude testament,
Maar in dit innigst harte
Waart ge eens door mij gekend.

Ook ík moest eenmaal eten
Van de verboden vrucht,
Ook ik heb neergezeten In
doodschheid en gezucht;

Maar nu niet meer. Mijn tranen
Hebben den storm bedaard;
Vaak is 't, of door de lanen
Een geur van rozen waart.

Ik hoop weer. Als de weiden
Fonklen van morgenschijn,
Denk ik in vroom verbeiden:
Hier zal mijn zomer zijn.

Soms beeft mijn voet bij 't treden
Over de vlonderplank;
Het water daar beneden
Gaf zulk een wondren klank;

En aarzlend, waar twee wegen
Zich deelen tot een kruis,
Bid ik mijn God om zegen,
Want één voert vast naar huis.

Ach, weergevonden vrede,
Uit een diep leed gegroeid,
Geef, dat de hof van Eden
In deze streek herbloeit.
   

'Heimwee' uit de bundel Het aardsche paradijs (1927)
Bron: De briefwisseling tussen P.N. van Eyck en Aart van der Leeuw, bezorgd door Piet Delen (1973), Letterkundig Museum, 1973